Antonín Dvořák, de componist die volgens zijn grote vriend Johannes Brahms “ meer ideeën in zijn hoofd had dan wij allemaal bij elkaar”, werd in 1891 naar The National Conservatory of Music te New York gelokt om de jonge
Amerikaanse componisten te leren hoe ze muziek kunnen componeren met een typische Amerikaanse landskleur. 
Dvořák, die zelf op zo succesvolle wijze de Tsjechische volks- en dansmuziek als uitgangspunt nam voor zijn composities, was daar volgens de steenrijke mevrouw Thurber bij uitstek geschikt voor. In dit programma hoort u maar liefst drie van Dvořák’s meest bekende kamermuziekwerken, die zijn ontstaan vlak voor en tijdens Dvořák’s verblijf in Amerika: een pianotrio, een strijkkwartet en een pianokwintet. Voor de pauze allereerst het beroemde Dumky Trio, met zijn aaneenschakeling van afwisselend weemoedige en uitbundige Tsjechischedansen en daarna het 12e strijkkwartet. Dit kwartet wordt ook wel het “Amerikaanse ”of het Negerkwartet genoemd, omdat het geïnspireerd is op de typische klanken van de negrospirituals die Dvořák in Amerika zo leerde waarderen. Tot slot hoort u na de pauze het prachtige pianokwintet opus 81, waarin Dvořák, vol overgave opnieuw teruggrijpt naar zijn Tsjechische wortels.
Dumky Trio opus 90
Strijkkwartet opus 96
Pianokwintet opus 81







